Columns.
Echte heksen op carnaval
De oorspronkelijke titel van deze column is Carnaval
Het is al donker als ik samen met de kinderen, verkleed als spook,
vertrek naar het beginpunt van de carnavalsoptocht. Onderweg komen we al heel wat
heksen, spoken, clowns, prinsesjes, spinnen en dracula’s tegen.
De winkels in de straat hebben allemaal een aangepaste etalage en staan vol met mooie decoraties.
We zijn ruim op tijd en zoeken tussen alle verschijningen wat bekenden om de optocht samen
mee op te lopen. Mijn oog valt op een vrouw met een klein meisje en een jongetje in een rolstoel.
Ze zijn beiden mooi aangekleed. De muziek klinkt. De optocht begint.
Verschillende winkeliers bieden verkleed, staand in de deuropening van hun winkel, wat snoep aan.
De kinderen zijn gretig, maar hebben veel plezier.
Aan het einde van de lange winkelstraat zie ik de mevrouw met het jongetje in de rolstoel weer.
Ik hoor haar dochtertje netjes vragen; ‘Mag ik ook iets voor mijn broertje pakken?’
‘Ga hem eerst maar even halen’, antwoordt de dame die bij uitzondering niet verkleed is, terwijl
ze de schaal met snoepjes wegtrekt.
‘Maar hij zit in een rolstoel en kan niet bij u komen’, hoor ik het meisje zeggen.
‘Ja, ja, ga hem toch maar even halen’, zegt de vrouw weer.
De moeder ziet het geheel aan en draait de rolstoel in de richting van de vrouw.
‘Kijk, daar is hij!’ wijst het meisje. De vrouw doet alsof ze het niet hoort.
De moeder duwt de rolstoel nog wat verder naar voren.
‘Kijk, hij is daar!’ roept het meisje. De vrouw kan er niet meer omheen.
Ze duwt, zonder het meisje aan te kijken, een tweede spekje in haar hand.
‘Dank u wel’, zegt het meisje beleefd. De moeder zegt wijselijk niets, maar haar gezicht
spreekt boekdelen. Ze duwt de rolstoel verder met de stoet.
En ik, ik heb zojuist een echte heks gezien. Ze was niet eens verkleed.
16-2-2011
Onderwereld
Mijn dochter van vijf zit net een aantal weken in groep twee als ze thuiskomt
en enthousiast vertelt dat ze het vak aardrijkskunde gehad heeft op school.
Mijn belangstelling is gewekt en we gaan samen op de bank zitten.
Onder het genot van een kopje thee vraag ik haar wat ze dan geleerd hebben.
‘Nou, dat de aarde rond is,’ zegt ze. Daarbij maakt ze van haar hand een bal en vervolgt:
‘Kijk, dit is de wereld,’ terwijl ze met een vinger naar haar gebalde vuist wijst.
‘En hier bovenop wonen wij.’
‘En wonen er nog meer mensen op de wereld?’ vraag ik.
Ze kijkt me aan alsof ik een heel rare vraag stel.
‘Natuurlijk, maar die wonen ergens anders. In andere landen,’ is het antwoord.
‘Waar wonen deze mensen dan?’ vraag ik terwijl ik naar de onderkant van haar gebalde vuist wijs.
Ze begrijpt niet helemaal wat ik bedoel. Ik leg het uit.
‘Als je bij je voeten begint, via de vloer door de hele aarde gaat en aan de andere kant van
de wereld uit komt, waar ben je dan?’
In mijn hoofd ga ik haar mogelijke antwoorden na. Wat zal ze zeggen?
Australië, Nieuw-Zeeland of de zee?
‘Nou, dat is makkelijk mama,’ zegt ze trots.
‘Wij wonen in de bovenwereld... dus dat is dan de onderwereld!’
Na dit antwoord ben ik gerustgesteld.
Als dát de onderwereld is waar iedereen het altijd over heeft,
dan kan ik vannacht weer rustig slapen.
geplaatst d.d. 16 maart 2009.
Elfje
‘Als je dood gaat, kom je dan in de hemel of in de hel?’ vraagt
mijn dochter van zes ineens tijdens de lunch.
‘Jij komt vast in de hemel,’ antwoord ik geruststellend.
‘Maar dat wil ik helemaal niet,’ antwoordt ze beteuterd en een beetje boos.
Ik ben verbaasd. ‘Wat wil je dan?’
‘Ik wil een elfje worden, meisjes worden toch een elfje?’ vraagt ze.
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Nou meisjes worden volgens mij een elfje hoor,’ zegt ze vrijwel zeker.
‘En jongens dan? Wat worden jongens wanneer ze dood gaan?’
‘Nou, die worden zo’n mannetje.’
‘Wat voor mannetje?’ vraag ik niets vermoedend.
‘Nou, zo’n mannetje met twee rode hoorntjes op hun hoofd en zo’n vork in hun hand.’
nr: 36/08
Oranje gekte
Nee, dan heb ik het niet over verliefde blikken gericht op Pieter van Vollenhoven
of een ander lid van ons koningshuis.
Nee, dan heb ik het over de voetbalkoorts die als een oranje nevel over Nederland
uitspreid, als “ons” legioen een Europees of Wereld kampioenschap gaat spelen.
Persoonlijk heb ik niets met voetbal. Ik kijk eigenlijk nooit. Maar door de oranje vlaggetjes
in de straten, de toeters, welpjes, trompetten, oranje koeken bij de bakker
en de voetballen bij het tankstation, kun je er moeilijk om heen.
Telkens neem ik me voor om er niet aan mee te doen. Ik kijk immers nooit,
dus waarom zou ik nu kijken? Toch betrap ik me er op dat zo’n wedstrijd van
het Nederlands elftal best spannend kan zijn. Zo spannend dat ik de anders zo stoere
volwassen mannen huilend uit de kroeg aan de overkant heb zien komen.
Tja, dat is dan zeker die oranje gekte?
U raad het al, de oranje koorts heeft mij inmiddels ook bereikt.
Ik ben nu al zo gek dat ik er een hele column aan gewijd heb.
18 Juni 2008
Geplaatst: De Alexanderpost, De Koerier, City west, City zuid, Zuiderpost,
Ijsselpost, Maaspost Voorne-Putten Ijsselmonde en Maaspost Hellevoetsluis-Spijkenisse
Extra Borden
De vetbollen hangen aan het vogelhuisje in de tuin.
In de boom zie ik er ook nog eentje hangen.
Het brood ligt in kleine stukjes op de voederplank. De drinkbak is gevuld.
De vogels komen hier de winter wel door, denk ik bij mezelf.
Er staat een dun laagje ijs op het water in de planten bakken.
De bloemen hangen duidelijk aangeslagen van de kou aan hun steeltjes.
Ik kijk naar mijn buurvrouw, mevrouw Dros.
Zij zit ook duidelijk aangeslagen in haar stoel.
Zou zij deze winter nog doorkomen, denk ik bij mezelf.
Ze is al zo oud en haar man is er nu ook niet meer. Ze heeft niemand meer.
Ze ziet me denken.
‘Ga maar kind, ik red me wel. Ga maar gauw naar je man en naar je kinderen.
Ze zitten vast op je te wachten, het is tenslotte kerst.’
Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om haar nu alleen te laten.
‘Heeft u toevallig zin om met mij mee te gaan?’ vraag ik in een opwelling.
Ik zie dat er een vonk des levens ontstoken is.
‘Dat zou ik best gezellig vinden,’antwoordt ze duidelijk opgelucht, omdat ze
vanavond niet alleen thuis hoeft te zijn. Ik help haar in haar mantel.
We vertrekken arm in arm naar mijn huis even verderop in de straat.
Bij de voordeur aangekomen doet mijn man al open. Zonder verbaasd te zijn,
pakt hij onze jassen aan en hangt ze op de kapstok. We lopen de woonkamer in.
De kamer wordt verlicht door kaarsen. Mijn man verschuift de stoelen en zet nog een
extra bord op tafel. Ik zie dat dit het tweede extra bord is.
‘Eén van de kinderen heeft een vriend meegebracht,’ zegt hij, als hij mij ziet kijken.
Mijn man heeft het eten reeds voorbereid en hij heeft er erg veel werk van gemaakt.
De kinderen komen tezamen met hun vriend aan tafel zitten. De wijn wordt ingeschonken.
Het is gezellig en het eten is heerlijk , vooral omdat we het samen delen,...dit is
het echte kerstgevoel!
24-12-2007
Wekservice
In de binnenstad bestaat er een wekservice. Wist u dat?
Ik heb het dan niet over een gewone service hoor! Nee, ik heb het echt over een hele speciale
die je in één keer goed wakker maakt. Niet zo’n lullig stemmetje aan de telefoon of een champagne ontbijt
bezorger die je uit je warme bedje belt. Ook heb ik het niet over de mannen met bladblazers,
de veegauto en de verschillende vrachtauto’s die tijdens het laden en lossen hun motor niet uitzetten.
Nee, ik heb het over een speciale brigade die bij ons in de stad alleen op vrijdag actief is.
De jongens die voor de winkeliers de containers legen. Zij zijn zeer creatief en trekken werkelijk
alles uit de kast om mij als bewoner zo goed mogelijk wakker te maken.
Voorheen lieten ze alleen de motor ronken, maar na een tijdje wen je hieraan.
Dat was geen probleem. Er kwam een wagen met piepende til arm. Echt zo’n piep die door merg en been
gaat als je het hoort. Deze was van verre al te horen en zeer effectief.
Nu hebben de jongens zulk goed werk afgeleverd dat ze sinds enige tijd een nieuwe vrachtauto
mogen besturen. Gelukkig is er aan de bewoners ook gedacht. De wekservice is intact gebleven.
De nieuwe vrachtwagen beschikt namelijk over een zeer geraffineerd achteruit rij piepje.
Of zeg maar gerust piep. Net als vroeger worden we weer keurig gewekt.
De jongens zijn zelfs zo enthousiast dat ze sinds enige weken ook een half uurtje eerder beginnen.
In plaats van half acht worden we nu netjes om zeven uur gewekt, zodat niemand te laat op zijn werk
hoeft te komen. Aangezien deze jongens zo effectief hun werk doen gun ik het ze dan ook om nu zelf
eens een keertje uit te slapen.
Want u begrijpt deze jongens moeten vroeg uit bed om op tijd bij ons te zijn.
Vandaar dat ik mijn wekservice bij deze op wil zeggen.
Ik heb namelijk een hele goede wekker gevonden.
Zo een die geen ander heeft. In het vervolg zet ik dus voortaan mijn eigen wekker, …een biologische.
week 50-2007.